Novilo, Leren wat er toe doet
  • Nederlands (NL-BE)
  • PDF

Hoe krijg je ouders, leerkrachten en directie op één lijn?

  • Geschreven door Tijl Koenderink

Laatst heb ik een school begeleid met wat frictie in de communicatie tussen de verschillende partijen die van belang zijn in het begeleiden van het kind: De leerkrachten, de ouders en de directie. Wanneer deze precies op een lijn zijn kun je samen effectief het kind begeleiden. Wanneer dit echter niet het geval is loopt je het risico dat je elkaars inzet tegenwerkt.

Doelen en toegestane middelen

De belangrijkste punten waarover overeenstemming moet bestaan is het doel en de middelen. Over het doel heb ik eerder geschreven in Wat is het doel van onderwijs aan hoogbegaafden. Belangrijk is dat het duidelijk is dat alle drie de partijen het eens zijn over de opbouw van het doel: Gelukkige leerling > Productieve leerling > Kerndoelen > Plusdoelen. Als dit niet vroeg in het proces gebeurt zijn er flinke risico’s later in het proces wanneer alles niet zo loopt als gepland.

Toegestane middelen

De volgende vraag is: Wat is er allemaal toegestaan om dat doel te halen. In Nederland zijn we het er over het algemeen over eens dat een leerkracht geen fysieke druk op de leerling mag uitoefenen. Daar is overeenstemming. Maar verder is er vaak erg weinig besproken. Een van de problemen die vaak optreedt is dat de leerkracht de leerling begeleid door frustratie heen. Dit is een onderdeel van het leerproces. Echter, dan blijkt dat de ouders dit niet een van de toegestane middelen vinden. De ouders willen eigenlijk dat de leerkracht de leerling begeleid, maar hem/haar nooit frustreert.

Hoe omgaan met meningsverschil

Het is vervolgens cruciaal hoe ouders/directie hiermee omgaan. Er zijn drie mogelijkheden: 1. Ondersteunen
2. Neutraal blijven
3. Tegenwerken

Bij ondersteunen kiezen de ouders ervoor om dezelfde aanpak als de school thuis te hanteren. Bijvoorbeeld bij werken aan een zelfstandige werkhouding kunnen de ouders thuis ook oefenen aan uitgestelde aandacht.

In sommige gevallen zijn de ouders het misschien niet helemaal eens met school, maar zien ze er ook geen kwaad in. In dat geval laten ze zich hierover niet naar het kind uit en doen ze er verder niets mee. Dit is neutraal blijven.

In negatieve gevallen kunnen ouders of directie kiezen om tegen te werken. De directie kan kiezen om de leerkracht te verbieden de leerling moeilijke taken aan te bieden. Ouders kunnen via het kind het proces saboteren door tegen het kind te gaan vertellen dat er iets mis is met de school of de leerkrachten. Het kind krijgt nu gemengde verhalen en een soort loyaliteit strijd tussen ouders en leerkracht. Het resultaat is eigenlijk altijd negatief. De leerkracht verliest autoriteit en de leerling wordt in de klas steeds onhandelbaarder.

Conclusie: Meer communicatie

De oplossing is zelden minder communicatie, eigenlijk altijd meer. Ga met de drie partijen om de tafel zitten en bespreek welke doelen je probeert te bereiken en op welke wijze (met welke middelen). Zorg dat je hierbij open voor elkaar staat en de leerling altijd als uitgangspunt neemt.